Leeswijzer week 47 – Romeinen

Volgende week beginnen we met de brief van Paulus aan de Romeinen. Dit is één van de brieven die Paulus heeft geschreven en die in de canon is opgenomen. Maar het is niet de eerste brief die hij geschreven heeft, waarschijnlijk is dat de eerste brief aan de Tessalonicenzen.

De gegevens uit Handelingen kloppen niet altijd met die uit de brieven. Er ligt tussen het schrijven van het boek Handelingen door Lucas, in het laatste kwart van de eerste eeuw, en de brieven van Paulus ongeveer 30 jaar. Het optreden van Paulus was aan het eind van de jaren veertig/ het begin van de jaren 50. De historische gegevens zijn wat geïdealiseerd in Handelingen, als de keuze gemaakt moet worden voor de meest waarheidsgetrouwe gegevens kunnen we toch het beste kiezen voor de gegevens uit de brieven.

De brief van de apostel Paulus aan de Romeinen is waarschijnlijk omstreeks het jaar 56 vanuit Korinte verzonden. De gemeente in Rome was niet door Paulus zelf gesticht, maar uit de brief blijkt dat hij de Romeinen een bezoek wil brengen. Op het moment waarop hij schrijft heeft Paulus zijn werk als apostel in Klein-Azië afgesloten en is hij van plan naar Spanje te reizen. Hij hoopt onderweg Rome aan te doen. Voor het zover is moet hij eerst nog naar Jeruzalem om het geld af te leveren dat hij met de collectes in onder andere Korinte en Macedonië heeft opgehaald.

De stijl van de brief is niet eenvoudig; er staan veel lange zinnen in, de zinsbouw is vaak ingewikkeld, en er worden veel theologische begrippen gebruikt. De brief bestaat uit een leerstelling gedeelte (1: 16 – 11: 36) en een vermanend gedeelte (12: 1 – 15: 13)

In het eerste gedeelte zet Paulus uiteen dat iedereen tegenover God zondigt, en dat de Joodse wet de Joden bij het oordeel geen voorrang biedt boven de niet-Joden. Er is gerechtigheid voor ieder die gelooft. Paulus wijst daarvoor op Abraham. Alleen het geloof in Christus biedt de zekerheid van een eeuwig leven bij God. Dat betekent niet dat de gelovige kan blijven zondigen: de vernieuwing die met de doop geschonken wordt, brengt ook een nieuw, rechtvaardig leven met zich mee. Wat rechtvaardigheid is, en wat zonde, kan uit de Joodse wet geleerd worden. Maar het is de heilige Geest die de gelovige uiteindelijk tot zijn bestemming bij God leidt.

Paulus spreekt over Gods verhouding tot het Joodse volk en tot de christenen van Joodse en niet-Joodse afkomst. In het bijzonder worden de niet-Joden aangesproken: zij dienen te beseffen dat de oorsprong van hun geloof in het jodendom ligt, en mogen zich in geen geval verheven voelen boven hun geloofsgenoten van Joodse afkomst.

Het vermanende gedeelte bevat aanwijzingen voor het nieuwe leven dat door het geloof in Christus gestalte moet krijgen. Hij legt uit hoe de mensen in de gemeente zich tegenover elkaar en tegenover de overheid moeten gedragen. De brief wordt afgesloten met een lange lijst met namen van personen aan wie Paulus zijn groeten laat overbrengen.

De brief is bedoeld om de gemeente in Rome op de hoogte te stellen van zijn plannen, maar tegelijkertijd wil hij nader ingaan op de gespannen verhouding tussen Joden en niet-Joden binnen de christelijke gemeente. Wat zou het centrale thema kunnen zijn in deze brief?

ds. Joma Boers-de Jong