Leeswijzer week 49

Zoals Jan Willem al in de uitnodiging schreef: Het is lastig om een leeswijzer te geven voor 6 brieven van Paulus. In de week die komt gaan we de brief aan de Galaten, de Efeziërs, de Filippenzen, de Kolossenzen en twee aan de Tessalonicenzen lezen. Geen lange brieven, maar al met al wel weer heel wat. Ik ga een paar dingen opschrijven die mij zelf opgevallen zijn.

De vorige keer heb ik dat geloof ik al gezegd en misschien is dat wel verrassend: de brieven van Paulus zijn de oudste geschriften van het Nieuwe Testament. En niet de evangelies, die zijn later opgeschreven, al lijkt dat niet zo, omdat ze als eerste in het NT staan en omdat ze de indruk wekken dichter bij de historische Jezus te staan.

In de brieven laat Paulus horen dat hij het niet altijd gemakkelijk heeft. Er zijn tegenstanders en dwaalleraren, maar wie zijn ze? De brief aan de gemeente in Filippi schrijft hij wel vanuit een heel bijzondere plaats.

We lezen ook de oudste brief van Paulus, dat is de eerste brief aan de Tessalonicenzen, die hij in Korinte heeft geschreven. Paulus wil in deze brief zijn dankbaarheid tonen omdat hij de gemeente in Tessalonica zo moedig vindt omdat zij ondanks alle tegenstand toch doorgaan.

Het begrip rondzendbrief doet zijn intrede en lijkt vooral van toepassing op de brief aan de Galaten en aan de Efeziërs. Hiermee wordt al duidelijk dat de brieven de ronde deden en in meerdere gemeenten werden voorgelezen.

De brieven aan de Efeziërs en aan de Kolossenzen zijn met elkaar verwant

Vergelijk eens Kolossenzen 2:6–15 en Efeziërs 2:4–12. En zoek de overeenkomsten. Zijn er nog meer gemeenschappelijke thema’s?

In de Kolossenzenbrief staat ineens een mooi gedicht. Zou Paulus ook een dichter zijn?

Het is niet zo gemakkelijk om de reizen van Paulus precies te reconstrueren, maar dat hij na zijn bekering heel veel heeft gereisd is wel duidelijk en dat hij daarbij niet altijd met vreugde ontvangen is dat horen we ook. Maar hij durfde wel uit te komen voor zijn geloof in Christus Jezus. Weer veel om over na te denken.

Joma Boers-de Jong