Leeswijzer week 51 – Jacobus – Openbaring

De komende week opnieuw een aantal briefachtige Bijbelboeken. Niet van Paulus dit keer, maar van Jacobus, Petrus, Johannes en Judas. Voor de goede orde, deze Judas is niet de Judas die Jezus verraadde, maar de broer van Jezus die ook zo heette. Aan de ene kant lijken deze brieven op de brieven van Paulus, maar er worden ook andere accenten gelegd.

Dat gebeurt vooral in de brief die we morgen lezen: Jacobus. Jacobus was trouwens ook een broer van Jezus. Jacobus benadrukt dat wie op christelijke wijze geloven wil ook op christelijke wijze zal moeten leven. De weg achter Jezus aan kan alleen op de meest radicale wijze gevolgd worden. Jacobus bemoedigt hen die dat doen en vermaant hen die dat nalaten. Voor sommige christenen is deze brief een belangrijke bron om uit te putten. Anderen, zoals de reformator Maarten Luther, vinden dat het boek te veel nadruk legt op de ethiek en niet in lijn is met wat zij bij Paulus lazen over de rechtvaardiging door het geloof (en dus niet door de werken).

Dan de brieven van Petrus. De eerste gaat over volharding in het lijden. Laat je niet van de gelovige wijs brengen door tegenslagen. Wees juist blij met deze beproevingen, want zo kan blijken dat je geloof vuurvast is.

De tweede brief van Petrus is strikt genomen geen brief en het auteurschap van Petrus is ook niet zeker. Het doet zich voor als een geestelijk testament. De schrijver voelt zijn dood naderen en zet alles nog eens op een rijtje. En met de overtuigingskracht die iemand met de dood voor ogen heeft, houdt hij het zijn zusters en broeders voor: leg een christelijke levenswandel aan de dag, juist in deze tijd.

Dan de brieven van Johannes. Pareltjes als je het mij vraag. De apostel van de liefde laat zich nog eens in zijn hart kijken. ‘God is liefde, heb dan ook elkaar lief.’ Zo zou je de brieven kunnen samenvatten.

De brief van Judas lijkt sterk op de 2 Petrus. Het gaat over volharding en standvastigheid. En over Gods straf voor hen die de gemeente willen afbrengen van de leer van Jezus en van de apostelen.

In het boek Openbaring (dus niet Openbaringen, het gaat om dé openbaring van Jezus aan Johannes) worden al deze thema’s (standvastigheid, oordeel, navolging, lijden) nog eens op een heel andere manier onder woorden gebracht. Het boek bevat apocalyptische profetie in briefvorm.

Apocalytiek: Algemene betekenis: catastrofaal, ‘einde van de wereld’. Als genre: onthullende literatuur met een verhalende karakter, waarin een openbaring wordt bemiddeld door een wezen van een andere wereld aan een menselijke ontvanger, die de transcendente werkelijkheid onthult die zowel temporeel is, in zoverre ze eschatologisch heil op het oog heeft, als ruimtelijk in zoverre ze een andere, bovennatuurlijke wereld, met zich meebrengt. Dus een verhaal over ooit en de hemel om het nu op aarde uit te houden. Het gaat er Johannes om de betekenis en consequenties van Jezus opstanding helder te krijgen. Daarvoor heb je meer nodig dan analytische begrippen.

Profetie: Veel toespelingen op het Oude Testament. De Openbaring hoort thuis in het taalveld van de Bijbel. Meestal niet letterlijk, maar associatief. De Schrift is met zichzelf in gesprek en nodigt op die manier uit tot gesprek. Let op: profetie is geen toekomstvoorspelling, maar duiding. Dat kan ook achteraf.

Brief: D.w.z. het boek is geschreven om rond te zenden, om gelezen te worden. Het beoogt dus communicatie! Maar, wij zijn niet de eerste ontvangers. Dat zijn de zeven gemeenten in Klein-Azie (nu Turkije).

Zij werden in de eerste eeuw niet systematisch en van overheidswege vervolgd. Toch heeft Johannes het met een typisch apocalyptische term over ‘verdrukking’. Het lijkt dus meer te gaan om de vraag of loyaliteit aan de opgestane verenigbaar is met loyaliteit aan het Romeinse Rijk. De keizercultus tegenover de aanbidding van het lam. Zie je de crisis? Zie je de machten die zich meester van je willen maken? Zie je dat er tegen Jezus Christus gestreden worden, over jouw hoofd heen?